Rekenen groep 5

Van groep 4 naar groep 5

Na een korte herhaling van de stof van groep 4 wordt de telrij uitgebreid naar 1000.

Getalrelaties en getalbegrip

Ook in groep 5 spelen getalrelaties en getalbegrip een belangrijke rol. De telrij wordt uitgebreid. Daarbij gaat het om het heen en terug tellen tot 1000 en tellen met sprongen van 2, 5, 10, 20, 50 en 100.

Optellen en aftrekken

Het optellen en aftrekken tot 100 (groep 4) via de rijgmethode wordt voortgezet. Bij de rijgmethode laat je het eerste getal heel, het tweede getal rijg je er in stukken aan vast. Bij 57 + 25 reken je eerst 57 + 20 uit. Dat is 77. Dan verdeel je 5 in 3 + 2. 77 + 3 = 80, 80 + 2 = 82.

 

Een belangrijk moment is het optellen en aftrekken met een sprong over het tiental. Voor kinderen is dit een cruciaal leermoment. Met opgaven als 156 + 99 en 600 – 99 wordt handig gerekend. Behalve de rijgmethode komt ook de splitsmethode aan de orde. Bij de splitsmethode splits je de getallen in tienen en enen. Bij 57 + 26 reken je eerst 50 + 20 uit en daarna 7 + 6. Beide antwoorden voeg je samen: 70 + 13 = 83.

Vermenigvuldigen en delen

De tafels worden geoefend met het tafelbord. Aan het einde van groep 5 worden de tafels uitgebreid naar sommen van het type 20 × 3 en 9 × 14. Bij het verdelen gaat het om het (ver)delen van hoeveelheden zonder rest (16 : 4) en met rest (18 : 4). Sommen van het type 39 : 3 worden aan het einde van groep 5 geïntroduceerd.

Automatiseren en memoriseren

Bij optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen speelt automatisering een belangrijke rol. Automatiseren betekent dat kinderen de sommen nog niet uit hun hoofd hoeven te kennen, maar nog een tussenstap mogen maken. Bijvoorbeeld: 6 × 5 mag via 5 × 5 worden uitgerekend.

 

Memoriseren betekent dat de kinderen het antwoord op sommen direct weten (uit het hoofd). In de beheersingstoetsen wordt getoetst in welke mate de kinderen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen beheersen.

Overige leerlijnen

Bij meten gaan de kinderen aan de slag met inhoud (het vullen van maatbekers), omtrek (vijvers), oppervlakte (‘Hoeveel tegels zijn er nodig om de vloer te bedekken?’) en gewicht.  Bij meetkunde gaat het om ‘doen’. Maar ook verklaren speelt een belangrijke rol. Zo moeten kinderen bij dit bouwwerk bijvoorbeeld aangeven hoeveel blokjes ze aan de voorkant zien, en hoeveel ze zien als ze tegen de rechterkant aankijken. Dat aantal is verschillend, in de klas wordt aandacht besteed aan het beredeneren daarvan.

 

Bij het rekenen met geld komt de kommanotatie om de hoek kijken (€ 1,69). Het klokkijken wordt uitgebreid met digitale tijden tot 12 uur. Naast verhoudingen en verhoudingstabellen maken de kinderen voor het eerst kennis met de beeld- en de staafgrafiek.

Blok 6 herhalingswerkbladen regulier
Blok 6 herhalingswerkbladen regulier
Bekijk Document
Blok 5 herhalingswerkbladen regulier
Blok 5 herhalingswerkbladen regulier
Bekijk Document
Blok 4 herhalingswerkbladen regulier
Blok 4 herhalingswerkbladen regulier
Bekijk Document
Blok 3 herhalingswerkbladen regulier
Blok 3 herhalingswerkbladen regulier
Bekijk Document
Blok 2 herhalingswerkbladen regulier
Blok 2 herhalingswerkbladen regulier
Bekijk Document
Blok 1 herhalingswerkbladen regulier
Blok 1 herhalingswerkbladen regulier
Bekijk Document

Handige websites om te oefenen:

Contact met de leerkracht:

Heeft u inhoudelijke vragen over deze pagina? Neem contact op met de groepsleerkracht.